De Mens Achter... Joop Atsma
De 53-jarige Joop Atsma zit niet alleen sinds 1998 namens het CDA in de Tweede Kamer, maar is tevens dol op wielrennen. Naast dat de boerenzoon uit Surhuisterveen twaalf jaar voorzitter was van de Koninklijke WielrenUnie (KNWU), draait hij ook zelf maar al te graag de pedalen stevig rond. Dat doet hij dan het liefst in het noorden. Want, zo zegt hij: “Hier kan je tenminste nog honderd kilometer fietsen zonder dat je een stoplicht tegenkomt. Ik kan je verzekeren: dat is in Den Haag volstrekt onmogelijk.”
In de monumentale werkkamer van Joop Atsma in Den Haag, met prachtig uitzicht over Het Plein, vallen bij binnenkomst direct twee ingelijste foto’s op. Daarop te zien: Thabo Mbeki, de voormalige president van Zuid-Afrika en paus Johannes Paulus II. “Normaal gesproken ben ik niet zo van de afdeling foto’s maken en foto’s verzamelen,” zegt Atsma, “maar toen ik deze twee kreeg opgestuurd, vond ik het wel leuk om deze op de schouw te zetten.”
Dat wil niet zeggen dat Atsma niet trots is op die ontmoeting met de Paus. Integendeel, Atsma krijgt nog altijd een warm gevoel als hij aan dat bezoek terugdenkt. “Het was in het kader van de Giro d’Italia, de grote wielerronde die we in 2002 naar Groningen hadden gehaald en waarvoor ik in de initiatiefgroep zat. Dankzij bemiddeling van bisschop Wim Eijk, tegenwoordig kardinaal, konden we toen bij de kerkvorst op audiëntie komen. Een moment om nooit te vergeten. Echt indrukwekkend. Hoewel ik zelf niet rooms-katholiek ben, had ik daar echt het gevoel dat ik naast een echte wereldleider stond. Uiteindelijk heb ik hem zelfs nog de hand geschud. Wat je dan tegen zo’n man zegt? Nou, uit onzekerheid heb ik hem toen maar wat vriendelijke woorden toevertrouwd, haha.”
Thabo Mbeki en paus Johannes Paulus II, het zijn enkele van de vele vooraanstaande personen uit de internationale politiek die Atsma de laatste jaren heeft mogen ontmoeten. Maar dat is inherent aan zijn functie, zegt hij. “Als Tweede Kamerlid kom je nu eenmaal op veel plekken.”
Ook wel eens in Zwolle?“Zwolle geeft mij een warm gevoel. Het is voor mij de eerste grote stad als ik naar Noord-Nederland ga en Groningen en Leeuwarden zijn de twee laatste grote steden.”
Kijkt ondernemend Zwolle wel genoeg naar het noorden?
“Ondernemend Zwolle kijkt onvoldoende naar het noorden. Te vaak krijgen wij het idee dat Zwolle niet bij het noorden wil horen. Zwolle is eigenlijk de poort naar Noord-Nederland en dat wordt met de komst van de Hanzelijn nog versterkt.”
Uw vader was melkveehouder in het noorden. Nooit de intentie gehad om zijn bedrijf over te nemen?
“Nee, daar was ik al vrij snel uit. Als kind hielp ik altijd wel mee. Zo maakte ik weleens de stallen schoon en zat ik op de tractor. Ook werkte ik veel in de bollen, maar in die periode wist ik eigenlijk al dat ik liever wilde studeren. En toen ik later bijna geruisloos in de journalistiek terecht kwam, nadat ik geschiedenis had gestudeerd aan de Rijksuniversiteit van Groningen, was daar al helemaal geen sprake meer van.”
Hoe vond uw vader dat?
“Die hield daar al rekening mee. Ik ben altijd heel vrijgelaten in mijn keuze. Zo hoefde ik bijvoorbeeld nooit verplicht de vakanties op de boerderij door te brengen. Sterker nog, hij heeft me juist gestimuleerd om ook andere dingen te ontdekken.”
Zou u het wel kunnen?
“Ja, absoluut. Waarom niet? Alleen, het moet allemaal wel kunnen. Je spreekt wel over enorme bedragen. Dat weerhoudt veel jonge mensen ervan om die stap te zetten. Al vind ik het wel jammer dat het familiebedrijf weg is. Ik heb ooit mijn eigen voorgeslacht in beeld gebracht. Dan kom je tot de conclusie dat je de eerste in 21 generaties bent die niet op de boerderij werkt. Dat was wel een harde constatering. Maar misschien is dat wel de reden dat ik me hier in Den Haag onder meer bezighoud met Landbouw.”
Weleens spijt gehad dat u nooit boer bent geworden?
“Nou, eerlijk gezegd wel. Vooropgesteld, ik heb er geen enkele spijt van dat ik deze keus heb gemaakt, maar soms denk ik weleens: had ik het niet een keer moeten proberen. Dat heeft alles te maken met de drang naar vrijheid en ongebondenheid.”
Wat maakt Friesland zo speciaal voor u?
“Naast dat ik er geboren ben en nog altijd in Surhuisterveen woon, vind ik de ruimte en de rust zo prachtig. In Friesland kan ik bijvoorbeeld honderd kilometer fietsen zonder dat ik een stoplicht tegenkom. Dat is in Den Haag, waar ik van maandag tot en met donderdag verblijf, volstrekt onmogelijk.”
Wat heeft u toch met fietsen?
“Dat is toch heerlijk? Met de kop in de wind is niet alleen gezond, maar je kunt ook nog eens rustig nadenken en kijken hoe mooi het is op het platteland.”
Wanneer is die voorliefde ontstaan?
“Toen ik ging studeren. Vrienden van me deden aan wielrennen. Ik besloot toen om een keer mee te gaan. Ook al kon ik aanvankelijk moeilijk volgen, ik vond het prachtig. Zoveel zelfs dat ik niet veel later amateurkoersen reed en een enkele won! Want als ik met een groepje weg was, kwam het meestal wel goed. Maar daar moet je niet al te veel bij voorstellen, hoor. Dat waren voornamelijk criteriums, rondjes om de kerk. Dat zijn leuke herinneringen, al is het niet zo dat ik er mee te koop loop. Die bekers en medailles staan dus niet te pronken op mijn schoorsteenmantel, al ben ik nog wel altijd trots op dat ik ooit journalistenkampioen van Nederland ben geworden. Daar word ik nog altijd mee geconfronteerd.”
Nooit gedacht: ik wil ooit de Tour de France rijden?
“Iedereen droomt daar natuurlijk van, maar de kans is slechts eentiende van een procent. Je weet al namelijk heel snel waar je mogelijkheden liggen en wat je beperkingen zijn. En ik had dus geen talent. Ik vond het allang mooi om een keer op het podium te staan.”
Toch heeft u de top in het wielrennen gehaald. Als bestuurder.
“Maar daar hoef je zelf niet veel voor te doen. Daarvoor word je gekozen. Maar aanvankelijk had ik zo mijn bedenkingen toen ik 25 jaar geleden bij de Ronde van Nunspeet werd gevraagd om in het bestuur van de KNWU te komen. Ik fietste zelf nog en was nog vrij jong. Maar ik heb toch ja gezegd en niet veel later was ik voorzitter van de toenmalige sportcommissie dat echt inhoudelijk over de sport en beleid ging. Dat begon ik snel heel leuk te vinden. Kort daarop werd ik voorzitter en tijdens de Olympische Spelen chef d’equipe van het wielrennen.”
Nederlandse renners wonnen toen vele prijzen. Wat was de mooiste?
“De gouden plak van Leontien van Moorsel op de Olympische Spelen van Athene in 2004. Dan heb ik het over haar zege in het tijdrijden. Als je weet wat ze daar allemaal voor moest doen. Ongekend. Na deze overwinning heb ik toen wel even moeten slikken. Ja, dat gebeurt regelmatig. Emotie speelt namelijk een grote rol bij mij. Al moet ik zeggen dat ik ook met een voldaan gevoel terugkijk op de wereldtitels van Danny Nelissen, Adri van der Poel en Richard Groenendaal.”
Wat is uw aandeel in die overwinningen geweest?
“Niets. Als bestuurder moet je wel zorgen dat het klimaat goed is en de randvoorwaarden zo optimaal mogelijk. Dat hebben we goed gedaan. Sinds drie jaar ben ik niet meer voorzitter. Maar na zoveel jaren, ik ben het in totaal twaalf jaar geweest, moet je een stapje terug kunnen doen en anderen ook een kans geven. Al betekent dat niet dat ik helemaal uit het wielrennen ben gestapt. Zo zit ik nog altijd in het bestuur van de UCI, de Internationale Wielerunie en organiseer ik nog enkele evenementen, zoals de tourtocht en de profronde van Surhuisterveen.”
Voorlopig blijft u nog wel Tweede Kamerlid?
“Nou, ik noem het liever volksvertegenwoordiger. Dat heb ik ook op mijn visitekaartje staan... Maar inderdaad, dat wil ik nog lang volhouden. Ik heb er nog altijd plezier in, vooral vanwege de variatie en onderwerpen. Daarom zal ik bijvoorbeeld niet snel bestuurder willen worden of eventueel burgemeester van een stad. Daar ligt niet mijn |ambitie. Nee, mocht ik ooit stoppen in Den Haag, dan doe ik liever dingen in het bedrijfsleven. Maar nogmaals, het liefst blijf ik werkzaam in de Tweede Kamer. Want naast dat geen dag hetzelfde is, mag je je overal mee bemoeien en dat ligt me wel.”
Wie is Joop Atsma?
Joop Atsma uit Surhuisterveen is een politicus die namens het CDA in de Tweede Kamer zit. Zijn politieke loopbaan begon echter dichter bij huis, als statenlid en fractievoorzitter in de Provinciale Staten van Friesland. Sinds 1998 werkt hij in Den Haag, waar hij zich bezighoudt met sport, landbouw, telecommunicatie, voedselkwaliteit, media en mijnbouw. Ook is hij voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit en ondervoorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Voordat Atsma de politiek inging, werkte hij als journalist voor ANP, NOS, Friesch Dagblad, Nieuwsblad van het Noorden en Omrop Fryslan. Verder was hij van 1994 tot 2006 voorzitter van de Koninklijke Nederlandse WielrenUnie (KNWU). Tegenwoordig zit de Fries onder meer in het bestuur van de Internationale Wielerbond (UCI), is hij lid van het dagelijks bestuur van Nieuwspoort en is hij bestuurslid van vereniging Spaar en Voorschotbank, stichting Munt- en Penningkabinet en stichting Machiavelli.
Wie
Word