De Mens Achter...Annemarie Jorritsma

Annemarie Jorritsma (1950, VVD) is burgemeester van Almere en heeft als portefeuille bestuur, openbare orde en veiligheid. Ze heeft als belangrijkste nevenfuncties het voorzitterschap van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en het beheer over het politiekorps van Flevoland. Ze streek in augustus 2003 in Almere neer als eerste burger van de stad, na daarvoor ondermeer tweemaal een functie als minister (Verkeer en Waterstaat en Economische Zaken) vervuld te hebben, en voorts was ze lid van de Tweede Kamer en waarnemend burgemeester in Delfzijl.

 

jorritsma11Ze heeft de stad in haar hart gesloten, en andersom. Over het algemeen zijn de meningen over haar positief. Daarbij worden kwalificaties gehoord als enthousiast, betrokken, zich makkelijk bewegend onder de burgers en Almere goed verkopend. De politiek kreeg haar in haar greep toen ze in Bolsward vergaderingen van de VVD ging bezoeken en daar, als enige vrouw, een paar wenkbrauwen deed fronzen.

We praten over de jaren 70. Hoewel de vrije jaren 60 op vele fronten hun werk hadden verricht, was het in de politiek nog niet gangbaar dat vrouwen zich daar actief mee gingen bemoeien. Het was duidelijk een mannenwereld.

Dat wilde je (ik mag je tutoyeren) wel even veranderen?
“Niet onmiddellijk. Ik moest eerst van de verbazing bekomen dat in Bolsward, deze wat ouderwets aandoende Friese VVD-afdeling, vrouwen slechts informeel bij bepaalde activiteiten werden betrokken. Een stem hadden ze niet. Ik wilde graag bij het formele deel betrokken worden. Ik had de smaak van de politiek enigszins te pakken gekregen in een politiek café in Zevenaar waar ik wel eens heen ging. Met Gerlof, mijn man. Hij was lid van de VVD, ik mocht daarheen als gezinslid. Maar goed, ik vond dat wel leuk en toen we naar Bolsward, een CDA-bolwerk, verhuisden wilde ik de draad daar weer oppakken. Aanvankelijk als enige vrouw, naast de secretaresse. Ik vroeg daar af en toe wel eens wat, stak mijn vinger op en dat leverde mij uiteindelijk de eerste plaats op tijdens de kandidatenlijst voor de gemeenteraadsverkiezingen. De VVD had er één restzetel, dat werd een volledige zetel. Ik kwam als eerste op de lijst terecht omdat de niet zo erg moderne afdeling toch iets moderner wilde worden. De verantwoordelijke personen van die afdeling achtten mij daarvoor geschikt.”

Wat was zo boeiend aan de politiek?
“Het debatteren, anderen overtuigen van je gelijk. En je hoeft dan heus niet steeds de vox populi te volgen. Het mag ook wel langs andere lijnen lopen. Graag zelfs, zou ik zeggen.” Was je voorbestemd om de politiek in te gaan?“Verre van dat. Om nu te zeggen dat het me allemaal is overkomen, gaat ook weer te ver. Dingen regelen vond ik leuk om te doen. Ik had op een reisbureau gewerkt en moest door ziekte van mijn baas op stap om hotels te bezoeken bijvoorbeeld. Dingen regelen. Dat lag me wel. Ik merkte dat dit in de politiek ook van pas kwam. Ik zocht aanvankelijk een leuk baantje. Raadslid worden, dat leek een goede oplossing. Ik was dan ‘s avonds veel weg, maar Gerlof zou dan bij onze twee kinderen Maaike en Minke zijn. Ik zocht een politiek tijdinvulling. Dat leek me hartstikke leuk. En een woord als carrièreplanning kwam niet in mijn woordenboek voor.”

Er was echt geen uitgestippelde lijn?
“Dat had je in die tijd nog niet. Nu speelt dat veel meer. Laat ik het anders zeggen: als ik alles vooraf had bedacht, dan had ik het niet gedurfd. Ik had natuurlijk twee jonge kinderen en een moeder wordt geacht veel bij haar kinderen te zijn, zeker in die dagen. Een overstap naar Den Haag deed me dan ook wel pijn. Ik was alleen in de weekend thuis. Als er iets me de kinderen was dan belden ze de buurvrouw, in plaats van Gerlof. Hij was op zijn werk in Bolsward. Schijnbaar was het toentertijd de gewoonte dat een vrouw gebeld moest worden. Gelukkig hebben we een heel geschikte nanny gehad die acht jaar bij ons gebleven is. Er werd wel eens contact met me gezocht in Den Haag als een van de twee gevallen was bijvoorbeeld, of in ieder geval iets meer had dan een schaafwondje. Dan zat ik ver weg. Mijn hart brak wel eens bij die gedachte. Gelukkig kon ik daar wel met andere vrouwen over praten in mijn fractie, die in een soortgelijke situatie zaten. Soms werd er gezegd: ga toch naar huis.”

Je durf heeft je in de politiek verder geholpen?
“We kregen in Den Haag door nestors in de partij, zoals Theo Joekes, de politieke mores bijgebracht. Met Hans Dijkstal, die ik als een politieke vriend beschouwde, heb ik eveneens veel over het vak gepraat. Ook omgaan met de pers, hoe gedraag je je voor de camera, ik heb allerlei politieke cursussen gevolgd om dit werk zo goed mogelijk te kunnen doen. Ja, ik ben wel iemand die wat durft te zeggen. Gerlof heeft altijd gezegd: ‘Niet zeuren, gewoon doen’, als ik voor een moeilijke klus stond. Ik ben niet bang om, bijvoorbeeld in het Fries, iets te zeggen wat misschien grammaticaal niet helemaal klopt, of helemaal niet misschien. Daar geneer ik me totaal niet voor. In een buitenlandse taal iets kroms zeggen, nou en? Ik zeg maar zo: ik probeer tenminste die taal te spreken en jullie kennen waarschijnlijk geen woord Nederlands. Dus, waar hebben we het over?”

Waarom koos je destijds eigenlijk voor Almere, en als burgemeester nog wel, een volledig onontgonnen terrein voor je?
“Dat laatste is niet helemaal waar. Ik heb, vlak voordat ik naar Almere ging, enige tijd als waarnemend burgemeester van Delfzijl gefungeerd. Ik kreeg mooi de gelegenheid om weer, na Bolsward, in een gemeenteraad terug te keren, nu aan de andere kant van de tafel. Dat beviel me. Toen de mogelijkheid van een post in Almere zich voordeed heb ik dan ook niet lang geaarzeld. De stad kende ik al enigszins, omdat ik er als minister meerdere keren was geweest. Voor Gerlof en de kinderen was het aanvankelijk even schrikken, niet omdat het om Almere ging maar meer het idee uit Friesland weg te gaan. Almere was een stad waar nog heel veel diende te gebeuren, een stad met mogelijkheden, dat trok me enorm.”

Wat zijn belangrijke overwegingen geweest om burgemeester te worden?
“De portefeuille openbare orde en veiligheid heeft me altijd geboeid en heeft altijd hoog in het vaandel gestaan bij de VVD als speerpunt in haar beleid. Ik kon daar als burgemeester een steentje aan bijdragen. De rol van de burger in het geheel is van groot belang. Ik schrijf daar regelmatig over in mijn column in de lokale ‘Almere Vandaag’, recentelijk nog. Dit omdat het nu, in het najaar, weer sneller donker wordt en het aantal inbraken, zo leert de ervaring, toeneemt. Burgers mobiliseren is een van mijn taken. Je kunt tegenwoordig via Burgernet burgers op postcodeniveau waarschuwen als er een bepaald type criminaliteit is. Bijvoorbeeld als er vaak door een klein achterraam van de woningen wordt ingebroken. Of pogingen tot. Dat zijn er inmiddels meer dan de feitelijke inbraken. Dat is een goed teken. Burgers pakken dus deze kwestie zelf aan. Ze krijgen ook subsidie om hun hang- en sluitwerk goed op orde te brengen. Dat stimuleert.”

Al snel, na een tijd in een appartement gewoond te hebben, koos je voor een vrij revolutionaire woonoplossing een familiehuis, met daarin ook Maaike en Minke en hun echtgenoot. Inmiddels zijn er drie kleinkinderen.
“Ja, ik zie me nog op de Gooimeerdijk staan, met ons zessen, en op de achtergrond de plek waar het huis moest komen. Dat gezinshuis is het beste wat ons is overkomen. Allemaal gezellig bij elkaar, in één woning. Privacy is er als je het wilt, als we iets samen willen doen kan dan ook. Ik kan het anderen aanraden. Het is geboren uit het idee om niet te veel te reizen naar je kinderen, en ze dicht bij je te hebben. Reizen doe ik al genoeg. En nu met de kleinkinderen erbij, dat is ook geweldig.”

De dagen zullen, met alle nevenfuncties erbij, flink gevuld zijn.
“Ga er maar vanuit dat de agenda dagelijks van acht uur ’s ochtends tot elf uur ’s avonds gevuld is. Ik dacht aanvankelijk, toen ik voorzitter van de VNG werd, dat ik aan die klus aan één dag per week genoeg zou hebben. Dat bleek de afgelopen, hectische maanden, helaas niet voldoende. Ik heb steeds gezegd dat de VNG niet ten koste mag gaan van het werk voor de gemeente Almere. Het betekent in de praktijk dat ik privétijd moet opofferen om dat laatste waar te maken.” En de weekends dan?“Dat valt in de prakrijk ook tegen. Er is vrijwel altijd wel iets officieels te doen en moet ik afzien van eens lekker een dag in makkelijke kleding te lopen en thuis in de tuin rondscharrelen bijvoorbeeld. Ik ga dan bijvoorbeeld naar een echtpaar dat op zondag zijn 60-jarige huwelijksfeest viert. Ik kan het wel eens regelen met een wethouder, maar ik ga er vaak ook zelf heen. Het is in feite leuk om te doen en ik kan soms maar moeilijk nee zeggen.”

Is dat niet een hele zware tol die betaald moet worden voor dit werk?
“Nee. Maar een ministerschap en ook een burgemeesterschap zijn geen negen tot vijf banen. Je bent zeven dagen per week, 24 uur per dag, paraat. Het heeft mooie kanten en soms ook wat minder mooie kanten. Gelukkig geniet ik van de mooie kanten van deze baan en vergeet ik de minder mooie altijd maar snel.”

Ben je vaak (noodgedwongen) meer manager - aansturen van de gemeente - dan burgemeester in de letterlijke zin van het woord, ofwel door de werkdruk meer bezig met ‘papier’ dan met de burger?
“Onzin, ik stuur geen ambtenaren aan. Dat doet de gemeentesecretaris. Ontmoeting, overleg en afstemming met mensen, dat staat centraal in mijn agenda.”

De iPad ligt binnen handbereik, zie ik. Ik herinner me dat je in 2003 al een Palm had.
“Ik ben dol op dit soort gadgets. Ik ben er bijna mee getrouwd, om het zomaar te zeggen. Ik kan er geen moment buiten. Bij de vergaderingen van het college komt er geen papier meer aan te pas. We gebruiken allemaal onze iPad. Geweldig”

Thijs Wartenbergh

Contact Details

Business Company
Houtsaachmole 1
8531 WC LEMMER
Postbus 257
8530 AG LEMMER

Tel. 0514 - 560166
info@businessontmoetbusiness.nl
Kvk 01081021
BTW NL806718791B01